Dutch Dutch Grammar For Beginners Grammar

Phrasebase Archive

Return to the DUTCH Archive
Forward to the Current DUTCH Forum


iandominicp77
Friday 18th of March 2005 11:35:53 PM
dutch grammar for beginners: Subject Pronoun + VERB ( werk - to work )

singular

ik werk - I work
je/jij werkt (werk je) - you work
u werkt ( formal ) - you work
hij werkt - he works
ze/zij werkt - she works
het werkt - it works


plural

we, wij werken - we work
jullie werken - you work
ze/zij werken - they work


~~take note of the verb...

Here are simple dutch sentences.... I will use the verb (spreken)- to speak...

Ik spreek een klein beetje nederlands.
-I speak a little dutch.

Je spreekt goed nederlands!
-You speak good dutch!

Spreek je nederlands?(informal)
- Do you speak dutch?

>>you can see that there is no t at the end of the verb. This is so because itīs the rule... YOU DONīT put a t at the end of the verb if itīs a question...

But if itīs in a formal form (like asking the question to older people or strangers), the sentence would be....

Spreekt u nederlands?(formal)
- Do you speak dutch?

and the possible answers to the question are...

Ja, ik spreek een beetje nederlands!
-Yes, I spreak a little dutch!

Nee, ik spreek geen nederlands...
-No, I donīt speak dutch...


Here are other similar examples...

Kunt u mijn helpen mevrouw?
- Can you help me maam?

Kan je mij helpen?
- Can you help me?


Zo, veel plezier met je nederlands leren...


(A simple request to native Dutch speakers)

If you think that there are other important things that we, dutch students, should know about( Grammar rules, the proper uses of nouns, the use of niet(not) and geen(no) etcetera), please do let us know so that we can have some guidelines for our LANGUAGE STUDY..

Heel erg bedankt. Tot ziens.



iandominicp77
Friday 01st of April 2005 02:23:55 AM
I added something...:
Hoi Allemaal....

I added something in Some helpful tips for Dutch beginners.... It has something to do with the usage of the Question Words. I just thought that it might be useful in one way or the other.


Nostromo
Wednesday 13th of April 2005 07:10:34 PM
Geen/niet: I don't know if students of Dutch are troubled by the uses of geen/niet, but it is useful to know when to use one word instead of the other. Some foreigners in Holland often use the wrong word.
One rule (if it can be called that) is that 'niet' is used when referring to amounts and 'geen' is used when referring to things which can't be enumerated.
Thus, one would always say:
-'Ik heb geen geld'. But never: 'Ik heb niet geld'.
If the amount of money were to be specified, say 200 euros, then you might say:
-'200 euros? Dat heb ik niet'.
Many foreigners in Holland say:
-Ik ben niet Nederlander'. When they mean: 'Ik ben geen Nederlander.'
I'm sure there is more to be said on this topic.


lowenguard
Thursday 14th of April 2005 12:37:33 AM
Ian,

I would like to clarify the rule with -t at the end of a verb...

Normally the word order in a sentence is [subject] then [conjugated verb].

If the subject is "jij/je" (meaning you) then the verb conjugates by adding a 't' to the stem of the verb.

There are cases when the order of the subject and verb in a sentence switch; the verb comes first and then the subject, like in question sentences but also when you simply want to start the sentence with something different from the subject, like adverbs of time or other adjuncts.

In these cases, if the subject is "jij/je" and the sentence is in present tense then the verb conjugates without adding the "t", so you just have the stem.

some examples:

* Jij gaat morgen niet mee. (You are not coming along tomorrow) -> Morgen ga jij niet mee.
* Je speelt nu met hem. (You're playing with him now.) -> Speel je nu met hem?

;)


Mathieu
Thursday 14th of April 2005 04:37:40 AM
Niet/Geen: Originally posted by Nostromo


I don't know if students of Dutch are troubled by the uses of geen/niet, but it is useful to know when to use one word instead of the other. Some foreigners in Holland often use the wrong word.
One rule (if it can be called that) is that 'niet' is used when referring to amounts and 'geen' is used when referring to things which can't be enumerated.
Thus, one would always say:
-'Ik heb geen geld'. But never: 'Ik heb niet geld'.
If the amount of money were to be specified, say 200 euros, then you might say:
-'200 euros? Dat heb ik niet'.
Many foreigners in Holland say:
-Ik ben niet Nederlander'. When they mean: 'Ik ben geen Nederlander.'
I'm sure there is more to be said on this topic.

Isn't this whole geen/niet thing dead easy? Niet means not, geen means no.

I have NO money - Ik heb GEEN geld
I am NO Dutchman - Ik ben GEEN Nederlander
I have NO idea - Ik heb GEEN idee

I do NOT have it - Ik heb het NIET
I am NOT Dutch - Ik ben NIET Nederlands

Only tricky thing I can think of is:

NO longer - NIET langer

but a more accurate translation would fix this:

NOT any longer - NIET langer

No problem, geen probleem!


Nostromo
Monday 18th of April 2005 08:56:14 PM
Geen/Niet: If geen/niet had no attendant problems people wouldn't make the mistakes (and they do!). Thinking in another language causes obvious confusions and conversation isn't always carried on in simplistic sentences. Many people who already know English are tempted into constructing such sentences as: 'Het is niet een probleem.' Where, even though that is feasible, it might more commonly be rendered: 'Het is geen probleem'.
The confusion lies in the many sentences which can be constructed using no/none/not a, in English (and other languages). Er is dus wel een probleem en niet "geen".


Mathieu
Tuesday 19th of April 2005 01:19:05 AM
Well, yeah true, I am aware of the fact English can have 'not' in places where 'niet' isn't possible. However, where English CAN have 'no', you can be sure you'll get 'geen' in Dutch. A girl from Canada asked me once, I gave her this distinction, and she never mentioned it again (and I do talk to her often :)).

So, the only thing I'll need to add to my previous comment is: go for the 'no' construction instead of the 'not' wherever you can. THEN you'll be sure if it's geen or niet :) Another tactic might be avoiding ending up with "niet een" which is rarely plausible.


iandominicp77
Friday 06th of May 2005 04:26:39 PM
LIJST VAN ONREGELMATIGE WERKWOORDEN

Present Imperfect Perfect

aanbieden - bood aan - heeft aangeboden
aandoen - deed aan - heeft aangedaan
aandrijven - dreef aan - heeft aangedreven
aandringen - drong aan - heeft aangedrongen
aangeven - gaf aan - heeft aangegeven
aanhouden - hield aan - heeft aangehouden
aankijken - keek aan - heeft aangekeken
aankomen - kwam aan - is aangekomen
aannemen - nam aan - heeft aangenomen
aansluiten - sloot aan - heeft aangesloten

aansnijden - sneed aan - heeft aangesneden
aansteken - staken aan - heeft aangestoken
aantreffen - troffen aan - heeft aangetroffen
aantrekken - trok aan, trokken aan - heeft aangetrokken
aanvallen - viel aan - heeft aangevallen
aanvangen - ving aan - heeft/is aangevangen
aanvragen - vroeg aan - heeft aangevraagd
aanwijzen - wees aan - heeft aangewezen
aanzien (2) - zag aan - heeft aangezien
achterblijven - bleef achter - is achtergebleven
afbreken - brak af - heeft/is afgebroken

afdragen - droeg af - heeft afgedragen
afgaan - ging af - is afgegaan
afhangen - hing af - heeft afgehangen
afkijken - keek af - heeft afgekeken
afkomen - kwam af - is afgekomen
aflopen - liep af - heeft/is afgelopen
afnemen - nam af - heeft afgenomen
afsluiten - sloot af - heeft afgesloten
aftrekken - trok af - heeft afgetrokken
afvragen - vroeg af - heeft afgevraagd
afwijken - week af - is afgeweken

bakken - bakte, bakten - heeft gebakken
bedenken - bedacht - heeft bedacht
bederven - bedierf - is bedorven
bedragen - bedroeg - heeft bedragen
bedriegen - bedroog - heeft bedrogen
beginnen - begon, begonnen - is begonnen (zijn)
begrijpen - begreep, begrepen - heeft begrepen
behouden - behield - heeft behouden
bekijken - bekeek - heeft bekeken
beschrijven - beschreef - heeft beschreven
besluiten - besloot, besloten - heeft besloten

bespreken - besprak - heeft besproken
bestaan - bestond - heeft bestaan
bestaan uit - bestond uit, bestonden uit - heeft bestaan uit
betreffen - betrof - heeft betroffen
betrekken - betrok - heeft betrokken
bevallen - beviel - is bevallen
bevinden - bevond - heeft bevonden
bewegen - bewoog, bewogen - heeft bewogen
bewijzen - bewees - heeft bewezen
bezitten - bezat - heeft bezeten
bezoeken - bezocht, bezochten - heeft bezocht
bezwijken - bezweek - is bezweken
bidden - bad - heeft gebeden
bieden - bood - heeft geboden
bijbrengen - bracht bij - heeft bijgebracht
bijhouden - hield bij - heeft bijgehouden

bijten - beet, beten - heeft gebeten
binden - bond - heeft gebonden
binnenkomen - kwam binnen - is binnengekomen
blazen - blies - heeft geblazen
blijken - bleek, bleken - is gebleken
blijven - bleef, bleven - is gebleven
breken - brak, braken - heeft gebroken
brengen - bracht, brachten - heeft gebracht
buigen - boog, bogen - heeft gebogen

deelnemen - nam deel - heeft deelgenomen
delven - dolf, delfde - heeft gedolven
denken - dacht, dachten - heeft gedacht
doen - deed, deden - heeft gedaan
doordringen (2) - doordrong - heeft doordrongen
doordringen - drong door - is doorgedrongen
doorgaan - ging door - is doorgegaan
doorgeven - gaf door - heeft doorgegeven
doorlopen - liep door - is doorgelopen
doorlopen (2) - doorliep - heeft doorlopen

doornemen - nam door - heeft doorgenomen
doorslaan - sloeg door - is doorgeslagen
doorstaan - doorstond - heeft doorstaan
doortrekken - trok door - heeft doorgetrokken
doorverbinden - verbond door, verbonden door - heeft doorverbonden
doorzien - doorzag - heeft doorzien
dragen - droeg, droegen - heeft gedragen
drijven - dreef - heeft gedreven
dringen - drong - heeft gedrongen
drinken - dronk, dronken - heeft gedronken
duiken - dook - heeft gedoken
dwingen - dwong, dwongen - heeft gedwongen

?erachterkomen - kwam erachter - is erachtergekomen
eruitzien - zag eruit - heeft eruitgezien
ervaren - ervoer - heeft ervaren
eten - at, aten - heeft gegeten
fluiten - floot - heeft gefloten
gaan - ging, gingen - is gegaan
gedragen - gedroeg - heeft gedragen
gelden - gold - heeft gegolden
genezen - genas - heeft/is genezen
genieten - genoot - heeft genoten
geven - gaf, gaven - heeft gegeven
gieten - goot - heeft gegoten
glijden - gleed - is of heeft gegleden
glimmen - glom - heeft geglommen
goedvinden - vond goed - heeft goedgevonden
gooien - gooide - heeft gegooid
grijpen - greep - heeft gegrepen
hangen - hing, hingen - heeft gehangen
hebben - had, hadden - heeft gehad
helpen - hielp, hielpen - heeft geholpen
heten - heette, heetten - heeft geheten
hoeven - hoefde -

houden - hield, hielden - heeft gehouden
inbreken - brak in - heeft ingebroken
ingaan - ging in - is ingegaan
inhouden - hield in - heeft ingehouden
innemen - nam in - heeft ingenomen
inschrijven - schreef in - heeft ingeschreven
inzien - zag in - heeft ingezien
jagen - joeg - heeft gejaagd
kiezen - koos, kozen - heeft gekozen
kijken - keek, keken - heeft gekeken

kijven - keef - heeft gekeven
klimmen - klom - heeft/is geklommen
klinken - klonk - heeft geklonken
knijpen - kneep - heeft geknepen
komen - kwam, kwamen - is gekomen
kopen - kocht, kochten - heeft gekocht
krijgen - kreeg, kregen - heeft gekregen
kruipen - kroop - heeft/is gekropen
kunnen - kon, konden - heeft gekund
lachen - lachte, lachten - heeft gelachen

laten - liet, lieten - heeft gelaten
lesgeven - gaf les - heeft les gegeven
lezen - las, lazen - heeft gelezen
liegen - loog - heeft gelogen
liggen - lag, lagen - heeft gelegen
lijden - leed - heeft geleden
lijken - leek, leken - heeft geleken
lopen - liep, liepen - heeft/is gelopen

meebrengen - bracht mee - heeft meegebracht
meedoen - deed mee - heeft meegedaan
meegaan - ging mee - is meegegaan
meenemen - nam mee - heeft meegenomen
meevallen - viel mee - is meegevallen
meten - mat - heeft gemeten
mislopen - liep mis - is misgelopen
moeten - moest, moesten - heeft gemoeten
mogen - mocht, mochten - heeft gemogen

nakijken - keek na - heeft nagekeken
nemen - nam, namen - heeft genomen
omgaan - ging om - is omgegaan
omkopen - kocht om - heeft omgekocht
omschrijven - omschreef - heeft omschreven
onderduiken - dook onder - is ondergedoken
onderhouden - onderhield - heeft onderhouden
ondervragen - ondervroeg - heeft ondervraagd
onderwerpen - onderwierp - heeft onderworpen
onderzoeken - onderzocht - heeft onderzocht
ontbreken - ontbrak - heeft ontbroken
onthouden - onthield, onthielden - heeft onthouden
ontslaan - ontsloeg - heeft ontslagen
ontstaan - ontstond - is ontstaan
ontvangen - ontving - heeft ontvangen

ontwerpen - ontwierp - heeft ontworpen
opdoen - deed op - heeft opgedaan
opgaan - ging op - is opgegaan
opgeven - gaf op - heeft opgegeven
opheffen - hief op - heeft opgeheven
ophouden - hield op - heeft/is opgehouden
opkijken - keek op - heeft opgekeken
opkomen - kwam op - is opgekomen
oplopen - liep op - is opgelopen
opnemen - nam op - heeft opgenomen

oproepen - riep op - heeft opgeroepen
opschieten - schoot op, schoten op - is opgeschoten
opschrijven - schreef op - heeft opgeschreven
opsluiten - sloot op - heeft opgesloten
opstaan - stond op - is opgestaan
opstijgen - steeg op - is opgestegen
optreden - trad op - heeft/is opgetreden
optrekken - trok op - heeft/is opgetrokken
opvallen - viel op - is opgevallen
opvliegen - vloog op - is opgevlogen

opwinden - wond op - heeft opgewonden
opzoeken - zocht op - heeft opgezocht
overblijven - bleef over - is overgebleven
overbrengen - bracht over - heeft overgebracht
overdragen - droeg over - heeft overgedragen
overdrijven - overdreef - heeft overdreven
overgaan - ging over - is overgegaan
overgeven - gaf over - heeft overgegeven
overlaten - liet over - heeft overgelaten
overlijden - overleed - is overleden

overschrijven - schreef over - heeft overgeschreven
overslaan - sloeg over - heeft overgeslagen
oversteken - stak over, staken over - is overgestoken
overwegen - overwoog - heeft overwogen
plaatsvinden - vond plaats - heeft plaatsgevonden
rijden - reed, reden - heeft gereden
roepen - riep, riepen - heeft geroepen
ruiken - rook - heeft geroken
samenhangen - hing samen -
schenken - schonk - heeft geschonken
scheppen - schiep - heeft geschapen
schieten - schoot - heeft geschoten
schijnen - scheen, schenen - heeft geschenen
schrijven - schreef, schreven - heeft geschreven
schrikken - schrok, schrokken - is geschrokken
schuiven - schoof - heeft geschoven
slaan - sloeg - heeft geslagen
slapen - sliep,sliepen - heeft geslapen
sluiten - sloot, sloten - heeft gesloten
snijden - sneed, sneden - heeft gesneden
spijten - speet, - - heeft gespeten
splijten - spleet - heeft gespleten
spreken - sprak, spraken - heeft gesproken

springen - sprong, sprongen - heeft/is gesprongen
staan - stond, stonden - heeft gestaan
steken - stak - heeft gestoken
stelen - stal, stalen - heeft gestolen
sterven - stierf - is gestorven
stijgen - steeg, stegen - is gestegen
stinken - stonk - heeft gestonken
strijden - streed - heeft gestreden
strijken - streek - heeft gestreken

tegenhouden - hield tegen - heeft tegengehouden
tegenvallen - viel tegen - is tegengevallen
terugkomen - kwam terug - is teruggekomen
toegeven - gaf toe - heeft toegegeven
toenemen - nam toe - is toegenomen
toestaan - stond toe - heeft toegestaan
toewijzen - wees toe - heeft toegewezen
treden - trad - is getreden
treffen - trof - heeft getroffen
trekken - trok - heeft getrokken

uitdoen - deed uit - heeft uitgedaan
uitgaan - ging uit - is uitgegaan
uitgeven - gaf uit - heeft uitgegeven
uitkijken - keek uit - heeft uitgekeken
uitkomen - kwam uit - is uitgekomen
uitschelden - schold uit - heeft uitgescholden
uitspreken - sprak uit - heeft uitgesproken
uitstaan - stond uit - heeft uitgestaan
uitsteken - stak uit - heeft uitgestoken
uittrekken - trok uit - heeft uitgetrokken

uitzenden - zond uit - heeft uitgezonden
uitzien - zag uit - heeft uitgezien
uitzoeken - zocht uit - heeft uitgezocht
vallen - viel, vielen - is gevallen
vangen - ving - heeft gevangen
varen - voer - heeft/is gevaren
vastbinden - bond vast - heeft vastgebonden
vechten - vocht - heeft gevochten
verbergen - verborg - heeft verborgen
verbieden - verbood - heeft verboden
verbinden - verbond - heeft verbonden
verdwijnen - verdween - is verdwenen
vergelijken - vergeleek, vergeleken - heeft vergeleken
vergeten - vergat, vergaten - heeft/is vergeten
verkopen - verkocht, verkochten - heeft verkocht
verkrijgen - verkreeg - heeft verkregen
verlaten - verliet - heeft verlaten
verliezen - verloor, verloren - heeft verloren
vernemen - vernam - heeft vernomen
verschijnen - verscheen - is verschenen
verslijten - versleet - heeft versleten
verstaan - verstond, verstonden - heeft verstaan
vertrekken - vertrok, vertrokken - is vertrokken
vervangen - verving - heeft vervangen

verwerven - verwierf - heeft verworven
verwijzen - verwees - heeft verwezen
verzinnen - verzon - heeft verzonnen
verzoeken - verzocht - heeft verzocht
vinden - vond, vonden - heeft gevonden
vliegen - vloog, vlogen - heeft gevlogen
voldoen - voldeed - heeft voldaan
volhouden - hield vol - heeft volgehouden
voorkomen - voorkwam - heeft voorkomen
voorlezen - las voor - heeft voorgelezen

voorschrijven - schreef voor - heeft voorgeschreven
voortkomen - kwam voort - is voortgekomen
voortrekken - trok voor - heeft voorgetrokken
voorzien - voorzag - heeft voorzien
voorzitten - zat voor - heeft voorgezeten
vragen - vroeg, vroegen - heeft gevraagd
vriezen - vroor - heeft gevroren
wassen - waste, wasten - heeft gewassen
weergeven - gaf weer - heeft weergegeven
wegen - woog, wogen - heeft gewogen

weggaan - ging weg - is weggegaan
weggeven - gaf weg - heeft weggegeven
werpen - wierp - heeft geworpen
weten - wist, wisten - heeft geweten
wijzen - wees - heeft gewezen
willen - wilde/wou, wilden - heeft gewild
winnen - won, wonnen - heeft gewonnen
worden - werd, werden - is geworden
wrijven - wreef - heeft gewreven

zeggen - zei, zeiden - heeft gezegd
zenden - zond - heeft gezonden
zien - zag, zagen - heeft gezien
zijn - was, waren - is geweest
zingen - zong, zongen - heeft gezongen
zitten - zat, zaten - heeft gezeten
zoeken - zocht - heeft gezocht
zuigen - zoog - heeft gezogen
zullen - zou -
zwemmen - zwom, zwommen - heeft gezwommen
zwerven - zwierf - heeft gezworven
zwijgen - zweeg - heeft gezwegen



showbizzmick
Sunday 08th of May 2005 04:36:15 AM
Hehe wow, that's a lot of verbs.
I don't know why there are so many, though. Cause as it is now, the list is neither complete, nor concise. And one of the two would be nice, of course.

So people, don't start to panic at the sight of this list because it can be shortened quite a bit.
A lot of the verbs in it are simply based on others.
Verbs starting with a prepositional particle(such as aannemen, afkijken, voorlezen) are conjugated the same as the base verb (nemen, kijken, lezen).

If you know how KIJKEN is conjugated, you can also conjugate opkijken, bekijken, herbekijken, nakijken, inkijken, omkijken, verkijken, uitkijken, ...

[u]To make the list a lot more succinct and easier to study[/u], you could compile it as follows.

BUT FIRST
Note in the following example list that I capitalize the stressed part of the composite verbs (samengestelde werkwoorden).
[b][color=maroon]If the first part (the prepositional particle) is stressed, the verb is SEPARABLE. If the second part is stressed, however, the verb is INSEPARABLE. [/b][/color]
Let's illustrate this with a composite verb that can be stressed both ways: voorkomen. It is pronounced differently to correspond with different meanings: VOORkomen (to occur, or to appear in court), or voorKOMEN (to prevent).

VOORkomen, kwam VOOR, VOOR[b]ge[/b]komen
Zijn zaak is gisteren voor[b]ge[/b]komen.

voorKOMEN, voorKWAM, voorKOMEN
De ramp kon worden voorkomen.

As you can see, when the second part is stressed, there is no -GE- in the past participle, because it is replaced by the particle.

Ok, here we go:


bieden - bood - geboden
(ook: AANbieden, AFbieden, OPbieden, verBIEDEN, ontBIEDEN ...)

doen - deed - gedaan
(ook: AANdoen, AFdoen, UITdoen, OPdoen, OMdoen, MEEdoen, BINNENdoen, VOORdoen, DOORdoen, ONDERdoen, misDOEN, verDOEN, herDOEN, ontDOEN, ...)

drijven - dreef - gedreven
(ook: AANdrijven, AFdrijven, UITdrijven, OPdrijven, TERUGdrijven, DOORdrijven, verDRIJVEN, beDRIJVEN, overDRIJVEN, ...)

dringen - drong - gedrongen
(ook: BINNENdringen, INdringen, AANdringen, DOORdringen, doorDRINGEN [subtle difference in meaning, never you mind], verDRINGEN, ...)

geven - gaf - gegeven
(ook: AANgeven, AFgeven, BIJgeven, INgeven, DOORgeven, UITgeven, MEEgeven, OPgeven, omGEVEN, beGEVEN, verGEVEN, ...)

houden - hield - gehouden
(ook: AANhouden, AFhouden, INhouden, UIThouden, OPhouden, VOORhouden, ACHTERhouden, BIJhouden, verHOUDEN, ontHOUDEN, beHOUDEN, onderHOUDEN

kijken - keek - gekeken
(ook: AANkijken, AFkijken, INkijken, UITkijken, OPkijken, OMkijken, ACHTEROMkijken MEEkijken verKIJKEN, beKIJKEN, ...)

komen - kwam - gekomen
(ook: AANkomen, AFkomen, TUSSENkomen, TEGENkomen, INkomen, BIJkomen, OPkomen, UITkomen, DOORkomen, OVERkomen [come over], overKOMEN [happen to], VOORkomen [appear in court], voorKOMEN [prevent], ontKOMEN, beKOMEN, ...)


ET CETERA (I might update to add more later)



Then, the things iandominico77 wasn't certain about:

'[b]Erachter komen[/b]' is spelled in two words, whereas 'eruitzien' is spelled in one. Writing verbs with or without a space can be tricky. It depends on whether the particle is really part of the verb, or if it plays a [u]separate role[/u] in the sentence. Compare:

eruitzien - zag eruit - eruitgezien
BUT
erachter komen - kwam erachter - erachter gekomen
[color=green][u]SYNTAX[/u][/color]
[color=navy]Hij / kwam / achter de waarheid :
Subject / Verb / [u]Prepositional Object[/u]

Hij / kwam / erachter (dat ze hem bedroog) :
Subject / Verb / [u]Prepositional Object[/u][/color]

plaatsvinden - vond plaats - plaatsgevonden
BUT
plaats bieden - bood plaats - plaats geboden
[color=green][u]SYNTAX[/u][/color]
[color=navy]Deze auto / biedt / plaats / aan 5 mensen :
Subject / Verb / [u]Direct Object[/u] / Indirect Object[/color]

So, 'plaatsvinden' is considered one verb, whereas 'plaats bieden' is the verb 'bieden' plus the direct object 'plaats' - which is why the latter is spelled in two words.

I know this may all be overwhelming. Take your time to read it through, find some examples... and feel free to ask for more clarification.

And last but not least: hoeven - hoefde - [b]gehoeven[/b].


Mathieu
Sunday 08th of May 2005 06:07:05 AM
Useful post, but as for the spaces, I have no idea where to put them when it comes to prepositions, I do it rather at random ("ik kan ervan opaan", "ik kan er van op aan", "er op ingaan", "erop in gaan", etc), and other people do as well, so I guess its not really important to learn, at least it has low priority. It's just important that you get your word order right (so knowing which ones are seperable, as showbizzmick pointed out), but at least don't worry about the spaces.


Anonymous
Monday 09th of May 2005 03:34:56 AM
True, that's definitely not something people will notice, so don't worry about it. It's just, once I start talking, I can't stop :)

Anyhoo Teup, just for the record:
If you can replace ER with DAAR, it's most likely not part of the verb.

Van Dale spells 'ervan op aankunnen'.
Je kunt ervan op aan. Je kunt er niet van op aan. Daar kun je van op aan.

Erop ingaan isn't irregular, it's simply a verb followed by a prepositional object, just like 'geloven in iets': 'ingaan op iets'.
Dus: iemand gaat ergens op in, hij gaat daarop/erop in, hij gaat daar/er helemaal niet op in.


Gotta love VNWBW (voornaamwoordelijke bijwoorden, also called voorzetselbijwoorden) :-)


Gijs
Tuesday 24th of May 2005 09:06:40 PM
This was an hidden post from 15-08 that i noticed. We dont know who has posted this. :) Was it you who posted this? just send me a PM and we put it here again with your name.;)


True, that's definitely not something people will notice, so don't worry about it. It's just, once I start talking, I can't stop

Anyhoo Teup, just for the record:
If you can replace ER with DAAR, it's most likely not part of the verb.

Van Dale spells 'ervan op aankunnen'.
Je kunt ervan op aan. Je kunt er niet van op aan. Daar kun je van op aan.

Erop ingaan isn't irregular, it's simply a verb followed by a prepositional object, just like 'geloven in iets': 'ingaan op iets'.
Dus: iemand gaat ergens op in, hij gaat daarop/erop in, hij gaat daar/er helemaal niet op in.


Gotta love VNWBW (voornaamwoordelijke bijwoorden, also called voorzetselbijwoorden) :-)


iandominicp77
Thursday 26th of May 2005 02:41:15 PM
Nee: Nee, it's not mijn post....


Mathieu
Monday 06th of June 2005 12:47:35 AM
On Ian's request;

LIJST VAN ONREGELMATIGE WERKWOORDEN [UNDER CONSTRUCTION]

- note that 'zich' means 'oneself'. It is mentioned to indicate which verbs are reflexive.

- a water-tight rule; transitive verbs (with a direct (accusative) object) [b]always[/b] take the 'have' auxiliary, never 'be'. 'Be' is syntactically impossible to get.

- i put the prepositional phrases in front of the verb by default. However, the order is free: it may also be placed behind it. "Uit delen bestaan, bestaan uit delen. Het heeft uit delen bestaan, het heeft bestaan uit delen." = "to consist of parts, to consist of parts. It has consisted of parts, it has consisted of parts."

- note that the English tense choice may (and often will) deviate from the Dutch counterparts.

- if the auxiliaries 'is' and 'heeft' are both mentioned in the perfect tense, go for 'is' when there's a direction of the action in the sentence, otherwise go for 'heeft'. Example "Hij HEEFT de hele dag gelopen" = "He has been walking all day", "Hij IS naar huis gelopen" = "He walked home".

Present (infinitive) Imperfect (singular) Perfect (all persons, but auxiliaries 'have/be' in 3rd ps sg.)

aanbieden - bood aan - heeft aangeboden = to offer
aandoen - deed aan - heeft aangedaan = to put on, to visit, to cause (negative)
aandrijven - dreef aan - heeft aangedreven = to power, to urge
aandringen - drong aan - heeft aangedrongen = to insist
aangeven - gaf aan - heeft aangegeven = to indicate, to report, to inform against
aanhouden - hield aan - heeft aangehouden = to arrest, to go on, to stick to
aankijken - keek aan - heeft aangekeken = to eye, to suspend a decision until more info is available
aankomen - kwam aan - is aangekomen = to arrive, to gain weight
aannemen - nam aan - heeft aangenomen = to employ, to assume, to accept
aansluiten - sloot aan - heeft aangesloten = to connect
zich aansluiten - sloot zich aan - heeft zich aangesloten = to join
aansnijden - sneed aan - heeft aangesneden = to broach, to cut into
aansteken - stak aan - heeft aangestoken = to light, to infect
aantreffen - troffen aan - heeft aangetroffen = to stumble upon, to come across
aantrekken - trok aan - heeft aangetrokken = to put on (clothes), to attract
zich aantrekken - trok zich aan - heeft zich aangetrokken = to care about, to take to heart
aanvallen - viel aan - heeft aangevallen = to attack
aanvangen - ving aan - heeft/is aangevangen = to begin (formal/archaic)
aanvragen - vroeg aan - heeft aangevraagd = to request
aanwijzen - wees aan - heeft aangewezen = to point out/to,
aanzien - zag aan - heeft aangezien = to behold
achterblijven - bleef achter - is achtergebleven = to lag/stay behind
afbreken - brak af - heeft/is afgebroken = to break off, to cancel progress
afdragen - droeg af - heeft afgedragen = to wear out, to remit
afgaan - ging af - is afgegaan = to go off (bomb), to flop
van (object) afhangen - hing van (object) af - heeft van (object) afgehangen = to depend on (object)
afkijken - keek af - heeft afgekeken = to cheat (spy)
afkomen - kwam af - is afgekomen = to fullfill your part of the deal
op (object) afkomen - kwam op (object) af - is op (object) afgekomen = to come up to (object), to come because of (object)
van (object) afkomen - kwam van (object) af - is van (object) afgekomen = to just now come from (object), to stop putting up with / escape (object)
aflopen - liep af - heeft/is afgelopen = to end, to expire
afnemen - nam af - heeft afgenomen = to take away
afsluiten - sloot af - heeft afgesloten = to quit
aftrekken - trok af - heeft afgetrokken = to pull off (lit.), to substract
zich afvragen - vroeg zich af - heeft zich afgevraagd = to wonder
afwijken - week af - is afgeweken = to differ, to deviate from
bakken - bakte, bakten - heeft gebakken = to bake
bedenken - bedacht - heeft bedacht = to think of (plan etc)
zich bedenken - bedacht zich - heeft zich bedacht = to have second thoughts, to realize
bederven - bedierf - is bedorven = to putrify, to decay, to spoil
bedragen - bedroeg - heeft bedragen = to amount to, to total
bedriegen - bedroog - heeft bedrogen = to cheat, to deceive
beginnen - begon - is begonnen = to begin
begrijpen - begreep - heeft begrepen = to understand (a thought)
behouden - behield - heeft behouden = to preserve
bekijken - bekeek - heeft bekeken = to look at, to consider
(object) beklimmen - beklom (object) - heeft (object) beklommen = to climb (object), to mount (object)
beschrijven - beschreef - heeft beschreven = to describe
besluiten - besloot, besloten - heeft besloten = to decide
bespreken - besprak - heeft besproken = to discuss, to book
bestaan - bestond - heeft bestaan = to exist
uit (object) bestaan - bestond uit (object) - heeft uit (object) bestaan = to consist of (object)
betreffen - betrof - heeft betroffen = to concern (a matter)
betrekken - betrok - heeft betrokken = to involve (object) in
bevallen - beviel - is bevallen = to give birth
(object) bevallen - beviel (object) - is (object) bevallen = (subject) be pleased with

"Het weer is mij bevallen" - "I was pleased with the weather"

zich bevinden - bevond zich - heeft zich bevonden = to find oneself, to be situated
zich bewegen - bewoog zich - heeft zich bewogen = to move
bewijzen - bewees - heeft bewezen = to prove
bezitten - bezat - heeft bezeten = to own
bezoeken - bezocht, bezochten - heeft bezocht = to visit
bezwijken - bezweek - is bezweken = to give way, to succumb
bidden - bad - heeft gebeden = to pray
bieden - bood - heeft geboden = to offer
bijbrengen - bracht bij - heeft bijgebracht = to teach (informal), to bring around (reanimate)
bijhouden - hield bij - heeft bijgehouden = to keep track of, to keep pace with
bijten - beet - heeft gebeten = to bite
binden - bond - heeft gebonden = to bind, to tie
binnenkomen - kwam binnen - is binnengekomen = to enter
blazen - blies - heeft geblazen = to blow
blijken - bleek - is gebleken = to appear to be
blijven - bleef - is gebleven = to stay, to remain, to continue to be
breken - brak - heeft gebroken = to break
brengen - bracht - heeft gebracht = to bring
buigen - boog - heeft gebogen = to bend, to bow
deelnemen - nam deel - heeft deelgenomen = to take part
delven - dolf/delfde - heeft gedolven = to extract, to mine
denken - dacht - heeft gedacht = to think
doen - deed - heeft gedaan = to do
doordringen - doordrong - heeft doordrongen = to penetrate
tot zich doordringen - drong tot zich door - is tot zich doorgedrongen = to finally understand
doorgaan - ging door - is doorgegaan = to proceed, to carry on, to continue
doorgeven - gaf door - heeft doorgegeven = to pass on
doorlopen (intransitive) - liep door - is doorgelopen = to walk past, to go through
(object) doorlopen - doorliep (object) - heeft (object) doorlopen = to sit through (a school, training, etc)
doornemen - nam door - heeft doorgenomen = to examine, to study (paperwork)
doorslaan - sloeg door - is doorgeslagen = to go over the top
doorstaan - doorstond - heeft doorstaan = to endure
doortrekken - trok door - heeft doorgetrokken = to flush
naar (object) doortrekken - trok door naar (object) - heeft naar (object) doorgetrokken = to generalize to, to also apply to
doorverbinden - verbond door, verbonden door - heeft doorverbonden = to put through (on phone)
doorzien - doorzag - heeft doorzien = to see through, to be on to
dragen - droeg, droegen - heeft gedragen = to carry, to wear
drijven - dreef - heeft gedreven = to float
dringen - drong - heeft gedrongen = to push
drinken - dronk, dronken - heeft gedronken = to drink
duiken - dook - heeft gedoken = to dive
dwingen - dwong, dwongen - heeft gedwongen = to force
?erachterkomen - kwam erachter - is erachtergekomen = to find out
eruitzien - zag eruit - heeft eruitgezien = to look (like)
ervaren - ervoer - heeft ervaren = to experience
eten - at - heeft gegeten = to eat
fluiten - floot - heeft gefloten = to whistle
gaan - ging - is gegaan = to go, to leave
zich gedragen - gedroeg zich - heeft zich gedragen = to behave oneself
gelden - gold - heeft gegolden = to be valid
voor (object) gelden - gold voor (object) - heeft voor (object) gegolden = to be valid
(object) genezen - genas (object) - heeft (object) genezen = to cure (object)
genezen - genas - is genezen = to become cured, to heal (intransitive)
van (object) genieten - genoot van (object) - heeft van (object) genoten = to enjoy
geven - gaf, gaven - heeft gegeven = to give
gieten - goot - heeft gegoten = to pour
glijden - gleed - is of heeft gegleden = to slide
glimmen - glom - heeft geglommen = to blink
goedvinden - vond goed - heeft goedgevonden = to approve of
gooien - gooide - heeft gegooid = to throw
grijpen - greep - heeft gegrepen = to grab
hangen - hing, hingen - heeft gehangen = to hang
hebben - had, hadden - heeft gehad = to have
helpen - hielp, hielpen - heeft geholpen = to help
heten - heette, heetten - heeft geheten = to have (object) for a name
hoeven - hoefde - gehoeven = to have to
houden - hield, hielden - heeft gehouden = to keep
van (object) houden - hield van (object) - heeft van (object) gehouden = to love
aan (object) houden - hield aan (object) - heeft aan (object) gehouden = to act according to (object) (rule, law, etc)
inbreken - brak in - heeft ingebroken = to break into, to burglarize
ingaan - ging in - is ingegaan = to start
op (object) ingaan - ging op (object) in - is op (object) ingegaan = to go into (in a discussion)
inhouden - hield in - heeft ingehouden = to mean, to signify
zich inhouden - hield zich in - heeft zich ingehouden = to contain oneself
innemen - nam in - heeft ingenomen = to capture, to take (oral drug)
inschrijven - schreef in - heeft ingeschreven = to register, to enter (fig.)
inzien - zag in - heeft ingezien = to realize, to see
jagen - joeg - heeft gejaagd = to hunt
kiezen - koos, kozen - heeft gekozen = to choose
kijken - keek, keken - heeft gekeken = to watch, to look
kijven - keef - heeft gekeven = to scold, to rail (archaic)
klimmen - klom - heeft/is geklommen = to climb
klinken - klonk - heeft geklonken = to sound, to chime
knijpen - kneep - heeft geknepen = to pinch, to squeeze
komen - kwam, kwamen - is gekomen = to come, to arrive
kopen - kocht, kochten - heeft gekocht = to buy, to purchase
krijgen - kreeg, kregen - heeft gekregen = to get, to receive
kruipen - kroop - heeft/is gekropen = to crawl
kunnen - kon, konden - heeft gekund = can, to be able to, to be possible
lachen - lachte, lachten - heeft gelachen = to laugh, to smile
laten - liet - heeft gelaten = to let, to make (someone do something), to leave alone
lesgeven - gaf les - heeft les gegeven = to teach ("to give lesson")
lezen - las, lazen - heeft gelezen = to read
liegen - loog - heeft gelogen = to (tell a) lie
liggen - lag, lagen - heeft gelegen = to lie (down)
lijden - leed - heeft geleden = to suffer
lijken - leek, leken - heeft geleken = to resemble, to be (a)like
lopen - liep, liepen - heeft/is gelopen = to walk
meebrengen - bracht mee - heeft meegebracht = to bring with you
meedoen - deed mee - heeft meegedaan = to participate
meegaan - ging mee - is meegegaan = to come along, to go along
meenemen - nam mee - heeft meegenomen = to take with you
meevallen - viel mee - is meegevallen = to be not as bad as expected
meten - mat - heeft gemeten = to measure
mislopen - liep mis - is misgelopen = to miss, to not come across
moeten - moest, moesten - heeft gemoeten = must, have to
mogen - mocht, mochten - heeft gemogen = may, to be allowed to, to like
nakijken - keek na - heeft nagekeken = to check for errors, to correct, to follow with one's eyes
nemen - nam, namen - heeft genomen = to take
met (object) omgaan - ging met (object) om - is met (object) omgegaan = to get on with, to associate with, to deal with
omkopen - kocht om - heeft omgekocht = to bribe
omschrijven - omschreef - heeft omschreven = to describe
onderduiken - dook onder - is ondergedoken = to go into hiding
onderhouden - onderhield - heeft onderhouden = to maintain, to perform maintainance
ondervragen - ondervroeg - heeft ondervraagd = to interrogate
onderwerpen - onderwierp - heeft onderworpen = to subject
onderzoeken - onderzocht - heeft onderzocht = to research
ontbreken - ontbrak - heeft ontbroken = to be missing
onthouden - onthield, onthielden - heeft onthouden = to keep in mind, to memorize
ontslaan - ontsloeg - heeft ontslagen = to fire
ontstaan - ontstond - is ontstaan = to arise
ontvangen - ontving - heeft ontvangen = to receive
ontwerpen - ontwierp - heeft ontworpen = to design
opdoen - deed op - heeft opgedaan = to gain (eg. experience)
opgaan - ging op - is opgegaan =to go up, to be applicable (a generalization, etc)
in (object) opgaan - ging in (object) op - is in (object) opgegaan = to merge into (object), to be absorbed in (object), to lose oneself in (object)
opgeven - gaf op - heeft opgegeven = to give up
opheffen - hief op - heeft opgeheven = to raise, to abolish, to cancel
ophouden - hield op - heeft/is opgehouden = to stop, to 'cut it out'
tegen (object) opkijken - keek tegen (object) op - heeft tegen (object) opgekeken = to look up to (object), to not look forward to (object)
van (object) opkijken - keek van (object) op - is van (object) opgekeken = to be a bit surprised by (object)
opkomen - kwam op - is opgekomen = to rise, to come on
voor (object) opkomen - kwam voor (object) op - is voor (object) opgekomen = to stand up for (object)
oplopen - liep op - is opgelopen = to run up, to increase, to amount to
tegen (object) oplopen - liep tegen (object) op - is tegen (object) opgelopen = to bump into (object)
opnemen - nam op - heeft opgenomen = to observe, to assimilate, to hospitalize, to record, to take up
in (object) opnemen - nam in (object) op - heeft in (object) opgenomen = to mention in (object), to take into account in (object)
tegen (object) opnemen - nam tegen (object) op - heeft tegen (object) opgenomen = to fight (object)
oproepen - riep op - heeft opgeroepen = to invoke, to summon, to conscript
opschieten - schoot op - is opgeschoten = to hurry up, to make much progress, to near the end
opschrijven - schreef op - heeft opgeschreven = to write down
opsluiten - sloot op - heeft opgesloten = to lock up
opstaan - stond op - is opgestaan = to stand up, to get up, to rise
opstijgen - steeg op - is opgestegen = to take off (to take to the sky)
optreden - trad op - heeft opgetreden = to perform
optreden - trad op - is opgetreden = to arise, to occur
tegen (object) optreden - trad tegen (object) op - is opgetreden = to take action against (object)
optrekken - trok op - heeft opgetrokken = to pull up, to hoist
optrekken - trok op - is opgetrokken = to accelerate
met (object) optrekken - trok met (object) op - is met (object) opgetrokken = to consort with, to associate with

opvallen - viel op - is opgevallen = to stand out (be notable)
opvliegen - vloog op - is opgevlogen = [b]?[/b]

opwinden - wond op - heeft opgewonden = to wind up, to get (object) excited
zich opwinden - wond zich op - heeft zich opgewonden = to become enraged
opzoeken - zocht op - heeft opgezocht = to look up, to visit
overblijven - bleef over - is overgebleven = to remain, to be left over
overbrengen - bracht over - heeft overgebracht = to transport, to move
overdragen - droeg over - heeft overgedragen = to hand over
overdrijven - overdreef - heeft overdreven = to exaggerate
overgaan - ging over - is overgegaan = to cross, to pass (fig., like 'to heal')
op (object) overgaan - ging op (object) over - is op (object) overgegaan = to switch over to (object) (like going by a new method from now on)

overgeven - gaf over - heeft overgegeven = to vomit
zich overgeven - gaf zich over - heeft zich overgegeven = to surrender
overlaten - liet over - heeft overgelaten = to leave (something to something)
overlijden - overleed - is overleden = to pass away
overschrijven - schreef over - heeft overgeschreven = to copy (using pen and paper), to overwrite, to transfer (money) (note: in the latter two cases, stress on 'SCHRIJ' instead of 'O')
overslaan - sloeg over - heeft overgeslagen = to skip, to ignore
oversteken - stak over - is overgestoken = to cross (a road)
overwegen - overwoog - heeft overwogen = to consider, to ponder
plaatsvinden - vond plaats - heeft plaatsgevonden = to take place
rijden - reed - heeft gereden = to drive, to ride
roepen - riep - heeft geroepen = to call, to shout
ruiken - rook - heeft geroken = to smell
samenhangen - hing samen - heeft samengehangen = to be linked/connected (fig.)
schenken - schonk - heeft geschonken = to pour, to give/donate
scheppen - schiep - heeft geschapen = to create
schieten - schoot - heeft geschoten = to shoot
schijnen - scheen - heeft geschenen = to shine
schrijven - schreef - heeft geschreven = to write
schrikken - schrok - is geschrokken = to be startled, to be given a scare
schuiven - schoof - heeft geschoven = to push/shove
slaan - sloeg - heeft geslagen = to hit, to punch
slapen - sliep - heeft geslapen = to sleep
sluiten - sloot - heeft gesloten = to close
snijden - sneed - heeft gesneden = to cut
mij/jou/hem/etc. spijten - speet mij/jou/hem/etc. - - heeft mij/jou/hem/etc. gespeten = to be sorry
splijten - spleet - heeft gespleten = to split (lit.), to cleave
spreken - sprak, spraken - heeft gesproken = to speak (to)
springen - sprong, sprongen - heeft/is gesprongen = to jump
staan - stond, stonden - heeft gestaan = to stand
steken - stak - heeft gestoken = to sting, to put
stelen - stal, stalen - heeft gestolen = to steal
sterven - stierf - is gestorven = to die
stijgen - steeg, stegen - is gestegen = to rise
stinken - stonk - heeft gestonken = to stink
strijden - streed - heeft gestreden = to combat, to dispute, to fight
strijken - streek - heeft gestreken = to bow, to strike, to iron
tegenhouden - hield tegen - heeft tegengehouden = to prevent, to stop, to arrest
tegenvallen - viel tegen - is tegengevallen = to turn out worse than expected (opposite of meevallen)
terugkomen - kwam terug - is teruggekomen = to return, to come back
van (object) terugkomen - kwam van (object) terug - is van (object) teruggekomen = to have second thoughts about (object)
op (object) terugkomen - kwam op (object) terug - is op (object) teruggekomen = to go back to (a topic)
toegeven - gaf toe - heeft toegegeven = to admit
toenemen - nam toe - is toegenomen = to increase
toestaan - stond toe - heeft toegestaan = to allow
toewijzen - wees toe - heeft toegewezen = to assign
treden - trad - is getreden = (only used in compounded verbs)
treffen - trof - heeft getroffen = to meet, to encounter, to hit, to suit fine
trekken - trok - heeft getrokken = to pull

uitdoen - deed uit - heeft uitgedaan = to take off (clothes etc.), to switch off (device etc.)
uitgaan - ging uit - is uitgegaan = to go out
van (object) uitgaan - ging van (object) uit - is van (object) uitgegaan = to assume (object)
uitgeven - gaf uit - heeft uitgegeven = to spend, to publish, to issue
zich voor (object) uitgeven - gaf zich voor (object) uit - heeft zich voor (object) uitgegeven = to pose as, to pass oneself off as
uitkijken - keek uit - heeft uitgekeken = to look out
naar (object) uitkijken - keek naar (object) uit - heeft naar (object) uitgekeken = to look forward to (object)
uitkomen - kwam uit - is uitgekomen = to hatch, to come true, to open
uitschelden - schold uit - heeft uitgescholden = to call names, to abuse
uitspreken - sprak uit - heeft uitgesproken = to pronounce
uitstaan - stond uit - heeft uitgestaan = be switched off (device etc.)
(object) niet kunnen uitstaan - kon (object) niet uitstaan - heeft (object) niet uit kunnen staan = to not be able to bear (object), to can't stand (object)



TO BE CONTINUED...



uitsteken - stak uit - heeft uitgestoken
uittrekken - trok uit - heeft uitgetrokken
uitzenden - zond uit - heeft uitgezonden
uitzien - zag uit - heeft uitgezien
uitzoeken - zocht uit - heeft uitgezocht
vallen - viel, vielen - is gevallen
vangen - ving - heeft gevangen
varen - voer - heeft/is gevaren
vastbinden - bond vast - heeft vastgebonden
vechten - vocht - heeft gevochten
verbergen - verborg - heeft verborgen
verbieden - verbood - heeft verboden
verbinden - verbond - heeft verbonden
verdwijnen - verdween - is verdwenen
vergelijken - vergeleek, vergeleken - heeft vergeleken
vergeten - vergat, vergaten - heeft/is vergeten
verkopen - verkocht, verkochten - heeft verkocht
verkrijgen - verkreeg - heeft verkregen
verlaten - verliet - heeft verlaten
verliezen - verloor, verloren - heeft verloren
vernemen - vernam - heeft vernomen
verschijnen - verscheen - is verschenen
verslijten - versleet - heeft versleten
verstaan - verstond, verstonden - heeft verstaan
vertrekken - vertrok, vertrokken - is vertrokken
vervangen - verving - heeft vervangen

verwerven - verwierf - heeft verworven
verwijzen - verwees - heeft verwezen
verzinnen - verzon - heeft verzonnen
verzoeken - verzocht - heeft verzocht
vinden - vond, vonden - heeft gevonden
vliegen - vloog, vlogen - heeft gevlogen
voldoen - voldeed - heeft voldaan
volhouden - hield vol - heeft volgehouden
voorkomen - voorkwam - heeft voorkomen
voorlezen - las voor - heeft voorgelezen

voorschrijven - schreef voor - heeft voorgeschreven
voortkomen - kwam voort - is voortgekomen
voortrekken - trok voor - heeft voorgetrokken
voorzien - voorzag - heeft voorzien
voorzitten - zat voor - heeft voorgezeten
vragen - vroeg, vroegen - heeft gevraagd
vriezen - vroor - heeft gevroren
wassen - waste, wasten - heeft gewassen
weergeven - gaf weer - heeft weergegeven
wegen - woog, wogen - heeft gewogen

weggaan - ging weg - is weggegaan
weggeven - gaf weg - heeft weggegeven
werpen - wierp - heeft geworpen
weten - wist, wisten - heeft geweten
wijzen - wees - heeft gewezen
willen - wilde/wou, wilden - heeft gewild
winnen - won, wonnen - heeft gewonnen
worden - werd, werden - is geworden
wrijven - wreef - heeft gewreven

zeggen - zei, zeiden - heeft gezegd
zenden - zond - heeft gezonden
zien - zag, zagen - heeft gezien
zijn - was, waren - is geweest
zingen - zong, zongen - heeft gezongen
zitten - zat, zaten - heeft gezeten
zoeken - zocht - heeft gezocht
zuigen - zoog - heeft gezogen
zullen - zou -
zwemmen - zwom, zwommen - heeft gezwommen
zwerven - zwierf - heeft gezworven
zwijgen - zweeg - heeft gezwegen



iandominicp77
Tuesday 07th of June 2005 10:37:28 AM
Heel erg bedankt Teup!!!!!!!!!!!!!!: Hoi Teup....

Heel erg bedankt voor de translation in engels....

I really appreciate it man... It can really make a lot of difference in mijn leren.....


Other teachers daar.....Please help with de andere woorden....

ian


iandominicp77
Tuesday 07th of June 2005 10:42:16 AM
Heel erg bedankt Teup!!!!!!!!!!!!!!: Hoi Teup....

Heel erg bedankt voor de translation in engels....

I really appreciate it man... It can really make a lot of difference in mijn leren.....


Other teachers daar.....Please help with de andere woorden....

ian


Daan
Wednesday 08th of June 2005 12:48:32 PM
Teup, did you do any more work or can I continue where you stopped? I have nothing to do in natural science class anyway :p


Mathieu
Wednesday 08th of June 2005 03:53:14 PM
The list is always up to date :) I just edit it in that post, and while I'm editing I first put a message in that post that I'm doing just that :)

Maybe more can be added, I added a few as well, that were variations of the ones already mentioned.


Mathieu
Wednesday 22nd of June 2005 10:43:46 PM
*bump*

a little update :)

By the way, can someone explain to me what 'opvliegen' is?


Axystos
Thursday 23rd of June 2005 05:30:36 AM
Hey, a dutchman needing explanation on dutch? :)
Anyway, in times of trouble we should turn to the light (or was it "turn on the light"?) and light is clearly coming from www.vandale.nl

op·vlie·gen (onov.ww.)
1 omhoogvliegen => opstuiven
2 vlug opstaan
3 driftig worden => opstuiven

I don't have my english dictionary here, otherwise I'd have given you the translations as well.


Mathieu
Thursday 23rd of June 2005 05:56:08 AM
ah :) I knew about opvliegers (flash, hot flush) en opvliegend (short-tempered) but I didn't know if the verb opvliegen itself would mean that too ("hij vliegt op"? hmm :)). I never heard of meaning 2 at all (means stand up quickly, or get out of bed quickly, I'm not sure), and omhoogvliegen (to fly upwards) seemed rather trivial so I doubted that as well.. but it seems it has been solved, thanks :)


iandominicp77
Tuesday 05th of July 2005 06:31:52 PM
Could anyone finish the rest: Could anyone please help finish the remaining list..... the translations in engels.... I do appreciate what Teup has done... Please...

Bedankt!!!!


iandominicp77
Tuesday 05th of July 2005 06:34:22 PM
Could anyone please help finish the remaining list..... the translations in engels.... I do appreciate what Teup has done... Please...

Bedankt!!!!


hayim
Sunday 14th of August 2005 01:37:26 PM
geen & niet: Originally posted by iandominicp77
I don't know if students of Dutch are troubled by the uses of geen/niet, but it is useful to know when to use one word instead of the other. Some foreigners in Holland often use the wrong word.
One rule (if it can be called that) is that 'niet' is used when referring to amounts and 'geen' is used when referring to things which can't be enumerated.
Thus, one would always say:
-'Ik heb geen geld'. But never: 'Ik heb niet geld'.
If the amount of money were to be specified, say 200 euros, then you might say:
-'200 euros? Dat heb ik niet'.
Many foreigners in Holland say:
-Ik ben niet Nederlander'. When they mean: 'Ik ben geen Nederlander.'
I'm sure there is more to be said on this topic.

Ok, more to be said indeed :-)

It's not the same as what I read here: http://www.dutchgrammar.com/wordorder/25.html

As for the list, why don't you get the rest online? I got it from (again) http://www.dutchgrammar.com/verbs/irreverbslist.html (or the word version at http://www.dutchgrammar.com/verbs/irregverbslist.doc

Sorry for spoiling the fun... Oh well, they did not take the trouble to conjugate all the compound verbs separately, they just took the root verbs.

Hayim


Mathieu
Sunday 14th of August 2005 06:49:49 PM
Originally posted by hayim


Originally posted by iandominicp77
I don't know if students of Dutch are troubled by the uses of geen/niet, but it is useful to know when to use one word instead of the other. Some foreigners in Holland often use the wrong word.
One rule (if it can be called that) is that 'niet' is used when referring to amounts and 'geen' is used when referring to things which can't be enumerated.
Thus, one would always say:
-'Ik heb geen geld'. But never: 'Ik heb niet geld'.
If the amount of money were to be specified, say 200 euros, then you might say:
-'200 euros? Dat heb ik niet'.
Many foreigners in Holland say:
-Ik ben niet Nederlander'. When they mean: 'Ik ben geen Nederlander.'
I'm sure there is more to be said on this topic.

Ok, more to be said indeed :-)

It's not the same as what I read here: http://www.dutchgrammar.com/wordorder/25.html


Hmm, I think that's actually pretty similar to what I described later on in this topic, in reply to that issue:

Originally posted by Teup
Well, yeah true, I am aware of the fact English can have 'not' in places where 'niet' isn't possible. However, where English CAN have 'no', you can be sure you'll get 'geen' in Dutch. A girl from Canada asked me once, I gave her this distinction, and she never mentioned it again (and I do talk to her often ).

So, the only thing I'll need to add to my previous comment is: go for the 'no' construction instead of the 'not' wherever you can. THEN you'll be sure if it's geen or niet Another tactic might be avoiding ending up with "niet een" which is rarely plausible.


hayim
Sunday 14th of August 2005 11:08:42 PM
I know Teup, I read your post. I found it very appealing, both methods that you offered but the first one did not pass the reality check and the second is only limited to the hint that 'geen' is a translation of 'no'. It did not give me a clue about all the instances of 'not' that translate to Dutch 'geen' (which you correctly mentioned yourself). That is precisely the problem that non-native Dutch speakers have.

To summarize:
English 'no' is Dutch 'geen'
English 'not' can be both Dutch 'geen' and 'niet'

The more advanced you get, the more enquiring and demanding you become so forgive me for sounding ungrateful. Thank you for all the good advice you give on this forum and don't mind nagging old characters like myself. I am not a regular poster but I thought I could add some good advice myself.

The explanation I got on the aforementioned website was very useful and whenever I am in doubt, that rule always seems to give the right solution. The terms 'specific' and 'non-specific direct objects' were new to me and at first, I thought I should not bother. But I am glad I did. That same distinction has carried me through several other Dutch grammar difficulties.

Hayim


Mathieu
Monday 15th of August 2005 12:56:11 AM
Originally posted by hayim

To summarize:
English 'no' is Dutch 'geen'
English 'not' can be both Dutch 'geen' and 'niet'


I'd say; 'no' is 'geen' and 'not' is 'niet', so directly translatable, but the difference just lies in application of the two.

When talking about syntax, the construction with not (I do not have a car) is impossible in Dutch in case you could think of a no-construction (I have no car). So you start with your sentence, then rephrase it into a 'no' construction if possible, and then simply translate the 'no' to 'geen' or the 'not' to 'niet'.
I am not sure if this works, you are very right to question my authority and please keep doing so :D
I'm glad you found a way to do it; just tell me some time in case you happen to find out that this trick doesn't work, I've given it some quick second thoughts now and I think it works pretty OK..


hayim
Monday 15th of August 2005 01:49:47 AM
Originally posted by Teup

I'd say; 'no' is 'geen' and 'not' is 'niet', so directly translatable, but the difference just lies in application of the two.

When talking about syntax, the construction with not (I do not have a car) is impossible in Dutch in case you could think of a no-construction (I have no car). So you start with your sentence, then rephrase it into a 'no' construction if possible, and then simply translate the 'no' to 'geen' or the 'not' to 'niet'.
I am not sure if this works, you are very right to question my authority and please keep doing so :D
I'm glad you found a way to do it; just tell me some time in case you happen to find out that this trick doesn't work, I've given it some quick second thoughts now and I think it works pretty OK..

What you are saying is:

If you deal with a negating phrase:
- see if you can use 'no' in English
- if positive, then you use 'geen' in Dutch

I tested it with the specific/non-specific direct object rule and it works. Excellent! I also enquired with the guy (Bieneke) who gave me the alternative explanation and he too confirmed that it works fine.

However, I would still like to stress the use of recognizing the distinction between the types of direct objects, as it has proved to be useful for other grammar questions too (word order!). I do like 'ezelsbruggen' but I prefer to recognize general patterns that can be more broadly applied. This preference of mine is of course not universal and sometimes ezelsbruggen cannot be avoided.

Keep up the good work,
Hayim


iandominicp77
Wednesday 28th of September 2005 05:32:33 PM
I need some help....: Hallo allemaal,

I need some explanations.... It's been a while since I neglected my dutch lessons. Now I am trying to keep up...


About the conjugation of het werkwoord "zijn"....

enkelvoud

IK BEN
JIJ BENT (stressed)
JE BENT (unstressed)
U BENT (formal)
HIJ IS
ZIJ IS (stressed)
ZE IS (unstressed)
HET IS

meervoud

WIJ ZIJN (stressed)
WE ZIJN (unstressed)
JULLIE ZIJN
ZIJ ZIJN (stressed)
ZE ZIJN (unstressed)

I am not yet good in determining when to use the stressed and the unstressed form of the verb "to be". I know that you use the stressed form when there is contrast or emphasis. Could anyone give a better explanation and if possible, give some examples and differentiate the 2 uses.

Another thing..... I am just wondering if there is a plural (formal) form for JULLIE ZIJN? If there is, is it U ZIJN? Or what is it that is commonly used in a day to day conversation in Holland?

Your help is greatly appreciated....


Mathieu
Thursday 29th of September 2005 04:09:50 PM
Great Ian,
Hmm, about formal you plural; it's 'U' indeed. But, although you had me going there with your good thinking, it does not take 'zijn' however, but 'bent', like singular. In normal speech, if you want to stress that you're talking to multiple persons you could say things like "U bent allemaal..." meaning "You are all..." so that it's clear you refer to many.

[b][URL=http://www.phrasebase.com/forum/read.php?TID=11227]*** SECTION ON DUTCH PRONOUNS HAS BEEN MOVED, CLICK HERE ***[/URL][/B]


iandominicp77
Friday 30th of September 2005 10:24:01 AM
Heel erg bedankt Teup!!!: Hoi Teup!

Heel erg bedankt Teup! Very helpful reply. I'll keep it mind.

Another thing.....

OUR - Ons(stressed), Ons(unstressed)
* I pressume that this is right... Maar according to the material that I have with me, ONS is used with words having HET as preposition, and ONZE is used with words having DE as preposition.

So my question is this: Is it also right to use ONZE in the same manner as ONS is used above, depending on the preposition of the word?

OUR - ONZE(stressed), ONZE(unstressed)

The example that I have is like this....(but I don't remember it exactly)

Dit is ons huis en zij zijn onze kinderen.

If there are clarrifications, please do it so.....

Dank je wel.


Mathieu
Saturday 01st of October 2005 01:48:46 AM
Ah yes, good you mention that, I haven't thought about that at all. To keep the table as good as possible, I'll edit it straight away :)


iandominicp77
Saturday 01st of October 2005 03:19:54 PM
Hallo again....: Hallo allemaal,

I have another clarrification.....

I was doing some vertalingen and I encountered this minor problem.... When to use MOOI en MOOIE, etc...

Ex. Meneer Scholte heeft een mooi huis.
Wat een mooi kind!
Ik heb een mooie nederlandse vrouw.

Someone told me that you use MOOIE, etc. if the word is a DE word, and you use MOOI, etc. if the word is a HET word... The adjective will depend on the noun whether it takes DE or HET as a preposition.... Is this right?

I was adding a comment on a website, about a leuk(e) foto.. WAT EEN MOOIE KIND!!! And then someone inform me that it's not right. That it should be: Wat een mooi kind!!!

Could anyone help me out hier...

I am also doing some arrangements on my notes and I wonder if these words are correctly translated.

Vowel sounds - klinker klank
Dipthongs and double vowels - twee klanken en dubbele klinker
Consonants - medeklinker
Possessive pronoun - bezittelijk voornaamwoord
Adjective - adjectief or bijvoeglijk naamwoord

This is it for now...


Mathieu
Saturday 01st of October 2005 05:42:24 PM
For alot of info on de/het, see the [url=http://www.phrasebase.com/forum/read.php?TID=5340][b]De/Het Topic[/b].

It goes like this
Huis = Neuter (het word)
Auto = Masculine or feminine (de word)

Een mooi huis
Het mooie huis
Mijn mooie huis
Het huis is mooi

Een mooie auto
De mooie auto
Mijn mooie auto
De auto is mooi

Note that genitive parts, like 'houten' (wooden), always end on 'en' and always have the same shape regarless of context. You can recognize that 'houten' is one such as you can say 'De houten tafel, de tafel is [b]van hout[/b]' ("of wood", a possessive relation).
De metalen auto, het houten huis, een stenen beeld, mijn kartonnen doos...

And yep, your translations were fine Ian :)


iandominicp77
Saturday 01st of October 2005 06:54:20 PM
thanks: Bedankt man!

Return to the DUTCH Archive
Forward to the Current DUTCH Forum

Archive