Return to the DUTCH Archive
Forward to the Current DUTCH Forum
MathieuSunday 24th of April 2005 03:58:30 AM
Some random verbs: I just now conjugated a few verbs for [b]ilovelang[/b] real quick, the ppl that know the basics will know all this, but I don't see why I shouldn't share this anyway :)
ik - I
jij - you
hij - he (zij - she, het - it, u - you(formal))
wij - we
jullie - you guys
zij - they
Zeggen (to say)
ik zeg
jij zegt, zeg jij
hij zegt
wij zeggen
jullie zeggen
zij zeggen
Vechten (to fight)
ik vecht
jij vecht, vecht jij
hij vecht
wij vechten
jullie vechten
zij vechten
houden van (love, with the possessive 'van', meaning 'of')
ik hou(d) van
jij houdt van, hou jij van
hij houdt van
wij houden van
jullie houden van
zij houden van
leren (to learn)
ik leer
jij leert, leer jij
hij leert
wij leren
jullie leren
zij leren
spreken (to speak)
ik spreek
jij spreekt, spreek jij
hij spreekt
wij spreken
jullie spreken
zij spreken
zeggen (to say)
ik zeg
jij zegt, zeg jij
hij zegt
wij zeggen
jullie zeggen
zij zeggen
showbizzmickSunday 01st of May 2005 01:52:18 AM
Some more basics:
MODAL AUXILIARIES
[b]kunnen[/b], kon, gekund/gekunnen [color=green](can / be able to)[/color]
PRESENT
ik kan
jij kunt (also: jij kan) - kun jij? (also: kan jij?)
hij kan
wij kunnen
jullie kunnen
zij kunnen
PAST
ik kon
jij kon
hij kon
wij konden
jullie konden
zij konden
[b]zullen[/b], zou, X (no past participle) [color=green](will/shall)[/color]
PRESENT
ik zal
jij zult (also: jij zal) - zul jij? (also: zal jij?)
hij zal
wij zullen
jullie zullen
zij zullen
PAST
ik zou
jij zou
hij zou
wij zouden
jullie zouden
zij zouden
[b]willen[/b], wou/wilde, gewild [color=green](want [to])[/color]
PRESENT
ik wil
jij wil(t) - wil jij?
hij wil
wij willen
jullie willen
zij willen
PAST
ik wou/wilde
jij wou/wilde
hij wou/wilde
wij wouden/wilden
jullie wouden/wilden
zij wouden/wilden
[b]mogen[/b], mocht, gemogen [color=green](may / be allowed to)[/color]
PRESENT
ik mag
jij mag - mag jij?
hij mag
wij mogen
jullie mogen
zij mogen
PAST
ik mocht
jij mocht
hij mocht
wij mochten
jullie mochten
zij mochten
[b]moeten[/b], moest, gemoeten [color=green](must / have to)[/color]
PRESENT
ik moet
jij moet - moet jij?
hij moet
wij moeten
jullie moeten
zij moeten
PAST
ik moest
jij moest
hij moest
wij moesten
jullie moesten
zij moesten
And here are some verbs we took over from English, which non-natives often find amusing:
[b]Downloaden[/b], downloadde, gedownload
ik download
jij downloadt - download jij?
hij downloadt
wij downloaden
jullie downloaden
zij downloaden
Ik downloadde een bestand (a file) van de server.
Ik heb een bestand gedownload.
Note: same goes for 'uploaden'
[b]updaten[/b], updatete, geüpdatet
ik update
jij updatet - update jij?
hij updatet
wij updaten
jullie updaten
zij updaten
Ik updatete mijn site.
Ik heb mijn site geüpdatet.
Note: same goes for faken, skaten, ...
[b]scoren[/b], scoorde, gescoord
ik scoor
jij scoort
hij scoort
wij scoren
jullie scoren
zij scoren
Hij scoorde een goal.
Hij heeft een goal gescoord.
Return to the DUTCH Archive
Forward to the Current DUTCH Forum